Vergeten schrijvers: Astère Michel Dhondt (1)

vrijdag 17 augustus 2007 9u03 | Daniël van Ryssel | 1 reactie
Trefwoorden: , .

Gentblogt pakt uit met zijn eigen literaire lente die meteen in de zomer doorloopt. Daniël van Ryssel, lange tijd redacteur van het tijdschrift Yang, is voor ons in zijn uitgebreide archieven gedoken. Hij heeft een reeks mooie stukjes geschreven over literaire figuren die op de achtergrond zijn geraakt, maar ooit een rol van enige betekenis hebben gespeeld.

Astère Michel Dhondt is de vierde in een rij vergeten schrijvers die weer voor het voetlicht worden gebracht. Jos Murez opende de reeks.

Toen in 1965 God in Vlaanderen verscheen, heb ik het boek onmiddellijk gekocht. Ik had geen flauw idee van het onderwerp of de wijze waarop de inhoud was uitgewerkt. Ik was vooral gefascineerd door de titel. Symboliek, want dat verwachtte ik wel, heeft me altijd geboeid. De schrijver, waar ik nooit voordien had van gehoord, bleek bovendien iemand uit de buurt te zijn: geboren te Machelen-aan-de Leie in 1937, dus drie jaar ouder dan ik. Hij zou op dat moment in Gent wonen. Ik ben dadelijk op zoek gegaan en heb zijn adres vrij snel achterhaald: Baudelostraat 3. Ik woonde toen in de Houtbriel. We woonden dus op nog geen 300 meter van elkaar. De wereld is altijd kleiner dan we denken.

Toen ik het boek had gelezen ben ik de auteur gaan opzoeken. Een vriendelijk man, maar tamelijk terughoudend, althans bij dat eerste contact. Toen ik mijn naam, het tijdschrift Yang en mijn belangstelling voor literatuur in het algemeen en zijn boek in het bijzonder had vernoemd, nodigde hij me uit binnen te komen. Hij betrok één bovenkamer waar hij leefde, werkte en sliep. De kamer had alleen drie kleine rondboogvensters aan de straatkant en je moest je bukken om naar buiten te kijken. De kamer was bijzonder sober en zonder enige decoratie ingericht, meer een monnikencel dan een aangename leefruimte. Op zijn werktafel lagen enkel twee keitjes. Het was zeker niet de bedoeling om hier tot in de eeuwigheid te blijven wonen, maar hij zei dat hij het hier op dat ogenblik naar zijn zin had. Alleen stoorde hem het gebral van de nachtbrakers en het kabaal van de kermis op de Vrijdagmarkt in de week van de Gentse feesten.

Zelf leefde hij noodgedwongen heel sober, bijna ascetisch, van wat hij in een eerdere levensfase als bediende had gespaard om nadien als beroepsschrijver te kunnen leven. Een lotsbestemming en een leven waar hij al vanaf zijn tiende, toen hij zijn eerste verhaaltjes begon te schrijven, van had gedroomd. Door zijn ouders werd hij in die richting geenszins gestimuleerd, wel integendeel. In 1962 is hij om die reden van hen weggegaan. Zelf las hij niet zo veel -schrik door anderen beïnvloed te worden?- en boeken vond hij overigens te duur om er regelmatig te kopen. Hij dronk niet, hij rookte niet en hij verplaatste zich te voet of per fiets. Over zijn pedofiele geaardheid heeft hij geen woord gerept. Dat heeft hij ook tijdens latere ontmoetingen en gesprekken nooit gedaan. Dat bleek trouwens meer dan voldoende uit zijn literair werk.

We kwamen overeen dat ik voor Yang een bespreking zou schrijven van zijn roman. Omdat hij al niet van bij zijn eerste publicatie wou afgeschoten worden en hij van nature argwanend was en de literaire kritiek voor geen haar betrouwde, drong hij er dadelijk op aan dat ik dat grondig zou doen en hij was bereid me te helpen indien nodig. Hij vertelde me ook dat hij het boek eerst aan Manteau en verschillende andere uitgeverijen had aangeboden, maar dat het telkens geweigerd was. Tot De Bezige Bij wel bereid bleek het uit te geven. Achteraf is dat voor alle partijen een goede zaak gebleken: het boek kende ook in Vlaanderen een redelijk succes, werd door de kritiek gunstig tot heel positief onthaald en werd in 1966 bekroond met de Arkrpijs van het Vrije Woord en onderscheiden in het Referendum van de Vlaamse Letterkunde. Zelfs vanuit katholieke hoek kwamen er geen noemenswaardige negatieve reacties op het toch wel afwijkend gedrag van zijn personages, dat overigens zonder aanstoot te geven, eerder zacht en dromerig, is weergegeven. Het boek kende in 1966 een tweede druk. Ik vond dat dit als debuut toch wel kon tellen. Michel was meteen gelanceerd.

Ook al omdat kritiek niet echt mijn ding was, heb ik aan de bespreking van God in Vlaanderen bijna een hele vakantie besteed. (Ik was er net op tijd mee klaar, want op 1 september moest ik aan mijn legerdienst beginnen.) Ik hield Michel regelmatig van mijn vorderingen op de hoogte, met het gevolg dat we elkaar zo niet dagelijks dan toch verschillende keren per week zagen, nagenoeg altijd bij mij thuis. Het is uiteindelijk een bespreking van 24 blz. geworden (zie Yang 15, september 1965, blz. 20-43), Het is weliswaar niet meer dan het soms nog wat stroef geschrijf van een dilettant, maar ik ben er nog altijd fier over, omdat ik de symboliek van het boek grondig heb blootgelegd en in het boek duidelijke gronden heb gevonden om een verantwoorde vergelijking te maken tussen het hoofdpersonage Tim en het leven van Jezus in het Nieuw Testament.

Vanaf dat ogenblik behoorde Michel tot de vriendenkring en de regelmatige bezoekers van ons huis en was hij een regelmatig medewerker aan Yang. Hij publiceerde proza en het toneelstuk De Ceremonie in drie bedrijven, verspreid over drie nummers. Hij ontving daarvoor de tweejaarlijkse toneelprijs van de Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde. In de Yang Kahiers verscheen als nummer 8 A.M. Dhondt en de pers een balans van de perskritiek op zijn eerste drie romans gevolgd door persoonlijk commentaar van de auteur. Zijn pedofiele thematiek wordt zelden of nooit verworpen omwille van morele redenen, zijn opvattingen kunnen door de beugel en worden gebagatelliseerd. De oordelen evolueren wel van gunstig voor God in Vlaanderen naar vrij ongunstig voor De wilde jacht. Zelf vindt Michel dat zijn boeken ontkracht en belachelijk gemaakt worden om ze in moralistische zin aanvaardbaar te maken.

© 2007 GENTBLOGT VZW

Eén reactie op Vergeten schrijvers: Astère Michel Dhondt (1)

  1. Reactie van Bart

    Geestig! Het boek is nog verkrijgbaar in het magazijn van de stadsbib, zie ik. Wat is er later nog van deze man geworden? Leeft hij nog? Schrijft hij nog?