Vergeten schrijvers: Astère Michel Dhondt (2)

woensdag 22 augustus 2007 9u22 | Daniël van Ryssel | reageer
Trefwoorden: , .

Gentblogt pakt uit met zijn eigen literaire lente die meteen in de zomer doorloopt. Daniël van Ryssel, lange tijd redacteur van het tijdschrift Yang, is voor ons in zijn uitgebreide archieven gedoken. Hij heeft een reeks mooie stukjes geschreven over literaire figuren die op de achtergrond zijn geraakt, maar ooit een rol van enige betekenis hebben gespeeld.

Astère Michel Dhondt is de vierde in een rij vergeten schrijvers die weer voor het voetlicht worden gebracht. In dit tweede stukje brengen we een fragment uit God in Vlaanderen.

GOD IN VLAANDEREN

Hij tastte met zijn hand door een luikje in de deur van de schuur en maakte ze open langs de binnenkant.
“Het is hier helledonker,” zei Tim, maar Iefje sloot niettemin de deur en nam hem zachtjes bij de hand.
“Bovenop de tas is het klaarder met de glazen dakpannen. We moeten op een ladder klimmen; hou me maar vast bij de heupen. Let op, de onderste sport is gebroken.”
Tim bewoog mee met Iefjes heupen tot hij iets veerkrachtigs onder de voeten voelde kriepen. Iefje was hem meteen ontglipt en hij vroeg in het donker: “Hé, Iefje, waar ben je?”

Hij hoorde een lachje, dichtbij hem; hij wuifde met zijn twee armen rond zich en raakte het hoofd van Iefje die snel wegdook. Tim dook naast hem en tastte om hem te grijpen, maar moest eerst aan het donker wennen voor hij het ventje heel stil en diep in het hooi naast zich gevlijd zag.
Tim begreep niet waarom hij het zo warm had en waarom hij bloosde, of waarom er in hem iets tintelde van tegelijk angst en vreugde toen Iefje zijn armen naar hem ophief en zingend zei: “Neem me eens dicht bij jou.”
Heel de tijd die nadien ongestoord verstreek (het waren vele minuten, dacht hij, maar misschien duurde het in werkelijkheid wel een kwartier), hield hij het mooie, vuile, warme volksknaapje op zijn schoot.
De schuurdeur klapte wagenwijd open, in de brede streep licht die op de tas viel, dansten razende stofjes, van beneden klonk Rudy’s heldere stem. Iefje lachte en gaf Tim snel een vochtig kusje, Tim zette hem recht en liet hem met een toegevend handgebaartje voor zich de ladder afdalen.
“Ha, jullie zijn daar,” zei Rudy, en er klonk in zijn stem noch goedkeuring noch afkeuring. “We gaan samen bij mijnheer Dantiene.”

Tweede dag, pp. 18-19.

© 2007 GENTBLOGT VZW

Reacties zijn gesloten.