Even toerist in eigen stad

woensdag 9 januari 2008 15u59 | Veerle (tekst), Radu Popescu (beeld) | 8 reacties
Trefwoorden: , , , , , .

aaaa Ken je dat gevoel? Je koopt/bouwt/verbouwt een huis, je steekt veel energie in aannemers en/of zelf opknappen, maar op het moment dat je erin trekt, is het uitzonderlijk nog lang niet af: hier is nog een likje verf nodig, daar ontbreekt nog een plank, voor die rommel moet nog een kast gekocht worden, die kamer doen we later wel eens. En guess what, een jaar later is er nog nauwelijks iets veranderd. Meer zelfs, je ziet al die kleine en minder kleine gebreken zelfs niet meer. Tenzij je er om een of andere reden weer even bij stilstaat.
Zo gaat het ook met de mooie dingen in onze omgeving. We rennen en jachten er dagelijks voorbij voor een afspraak of een boodschap, we zijn in onszelf bezig met die beslommering of dat probleem en we zien die prachtige stad waarin we leven niet meer. Tot we er om een of andere reden weer eens bij stilstaan.

Wij hadden deze vakantie een buitenlandse gast en tussen alle kerst- en nieuwjaarsfestiviteiten moesten we hem toch ook een stuk van Gent laten zien. Op een koude, stralende dag vertrokken we richting Sint-Baafskathedraal, want mijn dochter wou eigenlijk Het Lam Gods eens zien. En toen ze na mijn deelname aan de recentste Gentblogt-rondleiding hoorde over een crypte aldaar, bleek ze het bestaan ervan niet te kennen en dus wou ze ook daar naartoe. En ik kan haar geen ongelijk geven.

Langs een kleine trap in het noordelijk transept daalt u af naar een intieme plek onder de grootse kathedraal. Voor zover ik me herinner, vond in de winter de eucharistie plaats in de crypte omdat die gemakkelijker te verwarmen was, maar ik weet niet of dat nog steeds het geval is. Opmerkelijk in de crypte is de 12-eeuwse romaanse kern van de eerdere kerk. Om een of andere reden heb ik een voorliefde voor romaanse bouwkunst. De gotische zijbeuken en kapellen dateren van de 14de en de 15de eeuw en de mooie muurschilderingen van de 15de en de 16de eeuw. In vitrinekasten staan een aantal kerkschatten (textiel, gebedenboeken, een dodenrol, schrijnen, e.d.m.) uitgestald, maar die interesseren mij dan weer niet zo erg.

Maar we waren vooral gekomen voor Het Lam Gods. Dat bevindt zich in de doopkapel, links van de hoofdingang en de toegangsprijs ervoor bedraagt € 3 voor individuele bezoekers (€ 2,5 p.p. voor groepen en € 1,5 voor kinderen). Naderhand bleek dat je ook gebruik kan maken van een audiogids. Het was alweer zo’n vijftien jaar geleden dat ik het schilderij gezien had en die audiogids was een welkome bron van informatie, want door de uitleg kijk je weer met andere ogen naar dit bekende kunstwerk, om andermaal vast te stellen dat het toch een ongelooflijk meesterwerk is. Bovendien leerde ik een aantal zaken bij: bv. dat het Lam Gods een bewogener en complexer geschiedenis heeft dan enkel de diefstal van de panelen van de Rechtvaardige Rechters en Johannes de Doper in 1934 (dit laatste werd overigens vrij snel terugbezorgd). En dat het stadszicht dat je ziet vanuit het raam op de panelen van De boodschap aan Maria, de Korte Dagsteeg zou zijn en dat dit het uitzicht zou zijn vanuit het atelier van de gebroeders Van Eyck.

aaaaOnze gast vroeg of we ook op de toren konden, maar de Sint-Baafstoren is enkel open tijdens de Gentse Feesten. En bij de toeristische dienst hadden ze nog geen informatie doorgekregen wanneer de Belforttoren weer open is. Normaal gezien is dat in maart maar er zijn werken gepland en men weet niet hoelang die gaan duren. Laat ons dus hopen dat het Belfort tegen de Gentse Feesten weer klaar is om ‘somber en groots’ al die Gentenaars en toeristen te ontvangen die vanop zijn toren een blik op de wijde omgeving van onze fiere stede willen werpen.

Verkleumd door de ijzige wind die steevast vrij spel heeft tussen onze drie torens, besloten wij eerst wat warmte op te zoeken en de innerlijke mens te versterken. We belandden bij Gwenola in de Donkersteeg, waar ik al zo lang eens wou binnengaan, en genoten er van een hartige boekweitpannenkoek met o.m. spinazie. Het moet niet altijd croque-monsieur of spaghetti zijn.

aaaa

Na een wandeling langs de Graslei, met een heel korte uitleg over de oude middeleeuwse haven en de gildehuizen, en de Jan Breydelstraat togen we naar hét pronkstuk van de Gentse monumenten, het Gravensteen. We hebben het te danken aan enkele 19de-eeuwse Gentse burgers met een passie voor geschiedenis en erfgoed dat we het kasteel nog kunnen bezoeken want tegen het einde van de negentiende eeuw, toen arbeiders en textielmachines het kasteel verlaten hadden, was het eigenlijk rijp voor de sloop. Jazeker, u leest het goed, in de 19de eeuw werd het Gravensteen, dat toen geen enkele officiële functie meer had, ingericht als textielfabriek en volgebouwd met kleine arbeiderswoningen. Daarvan zijn nu op het eerste gezicht geen sporen meer te zien, want op het einde van de 19de – begin 20ste eeuw werd het grondig gerestaureerd en kwam opnieuw een middeleeuwse burcht tevoorschijn. En in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden, was het kasteel niet gebouwd als verblijfplaats voor de graven.

aaaa aaaa

Als zij voor hun bestuur in Gent moesten zijn, prefereerden zij zelfs een verblijf in de Sint-Baafsabdij of de Sint-Pietersabdij, en later in het Prinsenhof. Het Gravensteen was gebouwd als verdediging en in de loop der eeuwen was het de zetel van diverse bestuursinstellingen. De volledige geschiedenis van het kasteel hier uit de doeken doen, zou ons echter te ver leiden. Misschien komt dat er ooit wel van in een apart artikel (of twee, drie).

In elk geval is een bezoek aan het Gravensteen altijd een reis terug in de tijd (en voor Gentenaars is dat nog steeds gratis) en op de walgang en de daken kreeg onze gast dan toch nog zijn zicht over Gent.

aaaa aaaa

© 2008 GENTBLOGT VZW

8 reacties »

  1. Reactie van laurensv

    Opgelet: in tegenstelling tot de informatie op de site van stad Gent ( zie hier bvb ) zijn de Gentse musea niet langer gratis toegankelijk
    op zondagochtend tussen 10u en 13u .
    Er worden ook geen gratis rondleidingen meer voorzien.
    Volgens de site van het Huis van Alijn toch

    • Reactie van Maybe

      En dit op een ogenblik dat minster Bert Anciaux de musea toegankelijker wil maken voor jongeren aan de prijs van 1 euro.
      Amai Gent

  2. Reactie van jan vens

    Ik speel geregeld nog eens toerist in eigen stad.
    Wij wonen in een mooie stad………..alleen zien veel mensen dit niet meer.
    Gaan ze op vakantie zien ze wel de mooie dingen elders…………maar die van hun eigen stad zien ze over het hoofd.
    Ik hou er enorm van om in het centrum rond te wandelen…………en doe dit toch minstens 1 x per week.
    En het valt mij op dat er steeds wel iets is dat me opvalt.
    Iets dat ik de vorige keer niet zag.
    Kan er zelfs van genieten om de toeristen te zien wandelen in de stad.
    De stad is meer dan de veldstraat……
    Wij mogen fier zijn op onze stad……..
    Zijn pracht en zijn praal………..gent is mooi………een stad om fier op te zijn

  3. Reactie van jo luyssaert

    een gouden tip: Gentse toeren van VIZIT, zo leer je meer over je eigen Gent.

  4. Reactie van Jean Marie DE WULF

    Met een gids leert men hoe een andere de stad ervaart. Soms is een gids zo subjectief dat ge als ervaren gentenaar nog eens iets (juist, onjuist?) bijleert. Neem nu Keizer Karel: de ene beziet als een brutale monarch, iemand anders als geniale ambitieuse staatsman, en dan…?

  5. Reactie van jo luyssaert

    Ik bedoelde het boekje Gentse toeren waar alle info objectief is hoor.

    • Reactie van ef es

      In dit boekje staat een hoop info die historisch totaal onjuist is …

  6. Reactie van Eve

    Radu Popescu is overigens onze nieuwe correspondent in het kader van het project Boekarestblogt.