Open Monumentendag: sociaal wonen op Malem en aan Watersportbaan (1)

vrijdag 19 september 2008 14u04 | Veerle (tekst), charles strijd (beeld) | 8 reacties
Trefwoorden: , , , .

Onder een stralende hemel en genietend van een warm nazomerzonnetje stonden wij vorige zondag om half twee aan het kerkje van Onze-Lieve-Vrouw Koningin van de Vrede. Klinkt die naam u niet bekend in de oren? Als ik zeg dat dit het kerkje op het Eiland Malem is, weet u wellicht direct waar we ons ergens bevonden.

malem

We hadden ons voor Open Monumentendag namelijk ingeschreven voor de wandeling “Te vroeg om te waarderen”, waarbij gefocust werd op twee types sociale woningbouw uit de jaren 1950. Vanuit ons huis kijken wij uit op het Eiland Malem en we vonden het een ideale gelegenheid om meer te weten te komen over onze buurt. En ere wie ere toekomt, we hadden met Miguel De Clercq een schitterende gids getroffen.

In de loop van de rondleiding kregen we een antwoord op de prangende vraag: waar komt de naam “Malem” vandaan (want de wijk heet officieel eigenlijk “Heldenhulde”, maar daarover verder meer) en vanwaar de benaming eiland? In de 14de eeuw duikt de naam Maelhem voor het eerst op in de bronnen. Het eerste deel van de naam, mael, verwijst naar een depressie, een dieper liggend stuk grond en zou afkomstig zijn van het Germaanse woord “malho”, dat “zak” betekent. Het tweede deel, hem, verwijst naar een ham of een uitspringend stuk hoger land. Op deze plaats stuitte een van de ontelbare Leie-armen immers tegen een stuk hoger geleden grond om zich daar in twee te splitsen en de lap grond volledig te omarmen, waardoor er een eilandje werd gevormd.

malem
(© Stad Gent)

Dit eilandje situeert zich in de hoek van de Drongensesteenweg en de Rooigemlaan, en eeuwenlang bestond dit gebied alleen uit meersen en vochtige gronden, zoals de vlakbij gelegen Bourgoyen. In de loop van de 19de eeuw werd het door de stad aangewend als stort voor de cokesafval van de talrijke textielfabrieken. De gids toonde ons vervolgens een foto van de Gentse bevolking die daar tijdens de Eerste Wereldoorlog het afval kwam bijeenrapen. Daarmee konden ze zich thuis toch nog wat verwarmen.

Vooraleer we het hier verder zullen hebben over de bouw van de woonwijk Malem, moeten we eerst even terugkeren naar de negentiende eeuw, naar de tijd van de industrialisatie. In de Europese steden verrezen fabrieken en in de nabije omgeving ervan werden woongelegenheden voor de talrijke arbeiders opgetrokken. Dit mocht de fabrieksdirectie uiteraard niet te veel kosten en dus werd er bespaard op kwaliteit en ruimte, met alle bekende gevolgen van dien: kleine, opeengepakte huisjes, dikwijls in beluiken (of cités zoals ze in Gent zeggen), zonder enige vorm van comfort waardoor mensen in erbarmelijke hygiënische omstandigheden leefden.
Tegen het einde van de negentiende eeuw kwam in Engeland reactie op deze toestanden. Ene Ebenezer Howard, stedenbouwkundige, beschreef in zijn boek To-Morrow: A Peaceful Path to Real Reform zijn ideeën omtrent kwalitatief wonen, waarbij hij de kwaliteiten van de stad (werk, stedelijke voorzieningen) wilde combineren met die van het platteland (gezonde lucht, schoonheid, rustig wonen). Daarmee was hij een van de grondleggers van het begrip “garden cities” of de tuinwijkgedachte: de arbeiders moesten vlakbij de stad kunnen wonen in comfortabele eengezinswoningen met een tuin.
De eerste tuinwijken in België werden gebouwd rond de jaren 1920 en de meest bekende zijn Le Logis en Le Floréal in Watermaal-Bosvoorde.

Weer over naar het Gent van na de Tweede Wereldoorlog.
Talrijke huizen waren vernietigd of beschadigd en er werden noodbarakken opgericht in o.m. de Sportstraat en de Afrikalaan. De stad had dus dringend nood aan nieuwe woningen. Het katholieke stadsbestuur onder burgemeester Emile Claeys besliste begin de jaren 1950 om het gebied van Malem – op dat moment ingericht als volkstuintjes van het Werk van den Akker – op te kopen en bouwrijp te maken. In navolging van de tuinwijkgedachte wilde men hier een “ideale” wijk bouwen: een dorpsgemeenschap met alle nodige voorzieningen zoals winkels, ontspanning, onderwijs, én sociale controle, zodat men alleen nog voor het werk naar de stad moest.

Voor de bouwplannen werd het eilandkarakter enigszins opgeofferd, want een van de beide Leiearmen werd op vier plaatsen afgedamd waardoor niet alleen drie visvijvers ontstonden, maar zo ook een toegang via de Drongensesteenweg werd gemaakt (de Malemstraat). De tweede toegang kwam aan de brug over de (een) Leie aan de Rooigemlaan (Herdenkingslaan). Een derde, autovrije, toegang bevindt zich aan Overzet (“het brugske naar Malem”, zoals wij dat noemen). Een deel van de grond aan de andere oever van de ingedamde Leiearm werd bij de urbanisatie ook ingepalmd, waardoor het eiland wat vergroot werd (onderstaand plannetje maakt een en ander duidelijker).

malem
(© Stad Gent)

De bouwgrond werd in vijf delen gesplitst. Eén deel werd door de stad zelf bebouwd, de andere gingen naar vier sociale huisvestingsmaatschappijen, een van elk van de drie toenmalige grote strekkingen en een van neutrale signatuur. Het betreft De Volkshaard (katholiek, architecten: Adriaan Bressers en Emiel Callebaut), De Goede Werkmanswoning (socialistisch, architecten: Camille Van Daele en Paul Detaeye), De Gentse Haard (liberaal, architect: Bernard de Tracy) en de Gentse Maatschappij voor Goedkope Woningen (van de stad en dus neutraal, architect: Fritz Coppieters). Deze laatste maatschappij werd later omgevormd in de Gentse Maatschappij voor de Huisvesting en heet sinds 2007 Woon in Gent. Deze maatschappijen stonden in voor de bouw van 345 eengezinswoningen en 73 appartementen.
Desondanks vertoont deze wijk een grote uniformiteit, wat haar een uniek karakter bezorgt: de huizen vertonen grotendeels een gelijke structuur en ze zijn allemaal wit geschilderd met een zwart dak. Ook het talrijk aanwezige groen geeft een bijzondere aantrekkingskracht.

malemUiteraard zijn er verschillen. Zo kwamen we te weten dat elke maatschappij haar eigen ‘watermerk’ in de huizen achterliet. De Volkshaard plaatste meestal een terracotta tegeltje boven de voordeur, terwijl de Gentse Maatschappij voor Goedkope woningen gebogen luifels boven de voordeur aanbracht en het logo van de maatschappij (dit stukje heb ik helaas niet goed gehoord, maar op basis van de foto vermoed ik dat dit logo eerder van recente datum is, op de gerenoveerde woningen). De Gentse Haard bracht in de gevel een ruitvormige steen aan, terwijl de Goede Werkmanswoning boven de voordeur een sluitsteen liet metselen.
Ik herinner mij trouwens dat je in verkiezingstijden vroeger duidelijk kon merken welke straat door welke maatschappij was gebouwd: de straten werden gekleurd door de verkiezingsaffiches van de partij met dezelfde strekking als de bouwmaatschappij. Ook één van de Gentse oud-burgemeesters, Gilbert Temmerman, woonde jarenlang op Malem.

Eén plein ontsnapt evenwel aan de uniformiteit van de wijk, nl. het Heldenplein, in het hart van Malem. De stad zelf liet hier 64 appartementen bouwen, in de eerste plaats voor de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, zgn. “compensatiewoningen”. Deze appartementsgebouwen zijn niet wit geschilderd en tellen vier bouwlagen, waarvan de gelijkvloerse verdieping voorbehouden werd voor handelszaken: een bakker, een groentenwinkel, een apotheker e.d.m. Zoals in vele wijken in de stad, sloten helaas ook hier de meeste winkels hun deuren. Vlakbij het plein bouwde de stad ook een kleuter- en lagere school, vandaag is hier enkel nog een kleuterschooltje gevestigd, ‘t Pagadderke. Behalve deze officiële school, was er naast de kerk ook nog een vrije lagere school.

De woonwijk werd op 22 juni 1952 officieel ingehuldigd door koning Boudewijn, die op die dag zijn Blijde Intrede te Gent hield, en werd opgedragen aan de Gentse slachtoffers van de beide Wereldoorlogen. De officiële naam luidt dan ook Wijk Heldenhulde. Ook de straatnamen verwijzen naar die oorlogsherdenking, cf. Heldenplein, Dapperheidsstraat, Herdenkingslaan, Zesseptemberlaan, Breendonkstraat, Oud-Strijderslaan. Opmerkelijk was wel dat tijdens de officiële inhuldiging, de wijk nog lang niet af was. De appartementen op het Heldenplein waren grotendeels klaar, maar de rest was nog allemaal ruwbouw. Men had er dan maar niet beter op gevonden dan in de Luiklaan, naast de latere kerk, door Volkshaard twee huizen in spoedtempo te laten afwerken, zodat de koning geen bouwwerf moest bezoeken.

malem malem

Met de bouw van de kerk werd gestart in 1956 en een jaar later werd ze ingewijd en opgedragen aan Onze-Lieve-Vrouw Koningin van de Vrede, eveneens een verwijzing naar de oorlogsherdenking. Ze werd ontworpen door de Nederlandse architect Gerard Van Offeren (1903-1965), die in Gent belandde en bij architect Adrien Bressers gewerkt heeft. Het is een sober, open, licht, neoromaans kerkje, waarin de vernieuwingen van het komende Tweede Vaticaans Concilie (1962-1965) reeds tot uiting komen, met de nadruk op het contact met de parochianen. Het grote kruisbeeld achter het altaar en het Mariabeeld werden gebeeldhouwd door Gustaaf Van den Meersche, die ook het standbeeld van de broeders Van Eyck vervaardigde alsook de fries aan de Stadsbibliotheek, het voormalig EGW-gebouw en het standbeeld van Oswald de Kerchove de Denterghem in het Citadelpark. De Kruisweg werd in houtskool getekend door de Zwitserse kunstenares Bradi Barth (1922-2007), die jarenlang in oud begijnhof te Gent woonde.

malem malem

Er hangt nog meer kunst op Malem, meer bepaald op de hoek van de Herdenkingslaan en de Breendonkstraat (helaas voerde de rondleiding ons niet langs daar, waardoor een foto ontbreekt). Het is een bas-reliëf in cement en werd in 1998 vervaardigd door de Kroatische kunstenaar Josip Simic. Het is een blijk van vriendschap van het Kroatische dorp Virovitica voor de Gentenaars. Tijdens de burgeroorlog in ex-Joegoslavië coördineerde Karel Vercruysse uit Oostakker in Gent een succesvolle inzamelactie voor hulpgoederen, die met vrachtwagens ter plaatse werden gebracht. Uit dankbaarheid schonk Virovitica ons dit kunstwerk en waar kon het een betere plaats krijgen dan in een wijk die opgedragen werd aan oorlogsslachtoffers.

Op een van de onderstaande foto’s is te zien dat het lijkt alsof Malem zelf getroffen is door oorlogstoestanden. Maar niets is minder waar. Een woonwijk gebouwd in de jaren 1950 voldoet echter niet meer aan de hedendaagse eisen van comfort en energieprestatienormen, en een aantal jaren geleden werd dan ook gestart met de renovatie van de wijk. Omdat het evenwel niet evident is om alle bewoners tegelijk elders onder te brengen, en omdat Malem anders helemaal een spookdorp zou worden, werd het geen totale renovatie. Men opteerde voor de geleidelijke aanpak, een soort uitdoofpolitiek, waarbij men wacht tot een blok huizen leeg komt te staan, om ze vervolgens te renoveren en opnieuw te verhuren. Op die manier wordt het sociaal weefsel nooit helemaal verbroken.

malem malem

Ik vond het wel wat jammer dat deze rondleiding geen volledige toer van Malem inhield (zoals ik aanvankelijk dacht), maar dat werd ruimschoots gecompenseerd door de wandeling naar de Watersportbaan, om daar een andere visie op sociaal wonen te bekijken, en waar ik weer heel wat nieuwe dingen heb bijgeleerd.
Maar dat hebt u tegoed in een volgend artikel.

© 2008 GENTBLOGT VZW

8 reacties »

  1. Reactie van Roland

    Zeer mooie foto’s, het moet aangenaam zijn daar te kunnen wonen tussen al het groen en weg van het stadsgewoel.

  2. Reactie van pierre

    Erg mooie foto’s (die luchtfoto is fantastisch) en ook zeer interessant artikel!

  3. Reactie van Anne

    Heel informatief en mooie foto’s, ik kijk al uit naar het artikel over de Watersportbaan!

  4. Malem wordt warm omhelst door de Brugse Poort. Naast de vele kinderen die daar school lopen zakken soms ook de buurtwerkers af ;-) (tja het zijn feitelijk ook kinderen)

    ziehier een filmpje van Malem gemaakt door de Fijn Stof kollektief uit de Brugse Poort

    https://nl.youtube.com/watch?v=Y_8-KoxWOxY

  5. Reactie van Frans

    Boeiende omschrijving, vooral over die onthutsende tekenen van verzuiling die de eenheid van deze wijk toch niet hebben aangetast. Sommige zouden vandaag het wat uitgeleefde Malem afschieten als “oubollig”, maar deze realisatie beantwoordde 50 jaar geleden al aan een aantal hedendaagse stedenbouwkundige criteria die men sindsdien zo moeilijk toegepast krijgt zoals “verdichting”, “veel groen”, gemeenschapsvoorzieningen” e.d.

  6. Reactie van patricia

    Mooi verslag Veerle. De volgende keer dat bus 9 weer afdraait ga ik eens goed rondkijken

  7. Reactie van Anoniempje

    Is ook zo