Kuldersbloed en blauwemeisjestranen

maandag 29 november 2010 14u33 | Veerle | 13 reacties
Trefwoorden: , , , , , , , , .

Onlangs verscheen het boek Kuldersbloed en Blauwemeisjestranen. Gentse weeshuizen 1615-1984, samengesteld door Marcel De Bleecker. Het is de sterk verbeterde en aangevulde heruitgave van de publicatie Verweesd, verwezen uit 1990, waarnaar nog steeds veel vraag was.

Het boek bevat, naast de talrijke foto’s, een beknopte historiek van de verschillende weeshuizen die Gent sinds de 17de eeuw telde. We krijgen de geschiedenis van:

  • de Rode Lijvekens
    - aanvankelijk in de Sint-Jozefschool voor arme weesmeisjes aan de Nederkouter, opgericht in 1615 en verhuisd naar de Rodelijvekensstraat(1) in 1751
    - hun naam hadden de meisjes te danken aan hun uniform van een blauwe lange rok en een rood bovenlijfje
  • 'Rood Lijveken' 17de-18de eeuw (tekening 1814, SAG) meisjesweeshuis in de Rodelijkensstraat slaapzaal van de kleintjes in de Rodelijvekensstraat

  • de Blauwe Meisjes
    - gehuisvest in de Onderstraat sinds 1623 tot aan hun verhuizing naar de Rodelijvekensstraat door een fusie van beide weeshuizen in 1864
    - hun uniform bestond uit een lange blauwe rok en een blauw bovenlijfje
  • het Meisjesweeshuis Rodelijvekensstraat
    - in 1864 werden de beide meisjesweeshuizen samengevoegd en verhuisden de Blauwe Meisjes ook naar de Rodelijkensstraat, het weeshuis sloot zijn deuren in 1962, toen de meisjes verhuisden naar Home Prins Filip
    - het uniform was voortaan blauw
  • de Blauwe Jongens
    - gevestigd in een gebouw in de Barrestraat, opgericht in 1616 en in 1795-1798 samengevoegd met de kuldersschool aan het Bisdomplein
  • de Kulders of het jongensweeshuis
    kleding van de 'kulders' 1623-1775 (tekening 1814, SAG) – gesticht in de 17de eeuw, gehuisvest in een gebouw naast het Geraard de Duivelsteen waar later de Nationale Bank zou verrijzen, enkele ruimtes in het Duivelsteen zelf werden gebruikt als school voor de arme weesjongens, in 1873 verhuisden de kulders naar de splinternieuwe gebouwen aan de Martelaarslaan, in 1947 brandde de linkervleugel volledig uit (gelukkig zonder slachtoffers) waarna de oudere jongens een tijdelijk onderkomen kregen eerst in het Lousbergsgesticht voor oude mannen, vervolgens in het oude militair hospitaal aan de Antonius Triestlaan (de afgebrande vleugel werd nooit herbouwd)
    - de naam kulder (of kolder) is afkomstig van het lederen bovenkleed in “zeemkleur” dat de jongens moesten dragen, daarboven kwam dan een blauw opperkleed zonder mouwen, dit uniform was in voege tot in 1775, waarna het veranderde in een bovenkledingstuk van bruin laken met een blauwe kraag, in 1865 kregen de jongens weer een nieuw uniform
  • jongensweeshuis aan de Reep gevelsteen in het jongensweeshuis aan de Reep oudste foto van de kulders, met het uniform van na 1865

  • de Home Prins Filip
    - nieuw gebouwd aan de Neermeerskaai om er de weesmeisjes en de weesjongens samen in onder te brengen, in gebruik vanaf 1962 met voor 120 meisjes en 150 jongens, maar dat aantal werd nooit gehaald, integendeel, op 31 december 1978 verlieten de laatste meisjes en op 8 november 1984 de laatste jongens het weeshuis, voortaan werden de Gentse weeskinderen opgevangen in pleeggezinnen of gezinsvervangende tehuizen met kleine leefgroepen – het hoofdstuk van de grote Gentse weeshuizen werd daarmee definitief afgesloten.
  • nieuw jongensweeshuis aan de Martelaarslaan Kleding 1865-1923 - vlnr. een sergeant-majoor, sergeant, korporaal, muzikant (kenteken op de kraag), kulder in uitgangskleding, doordeweekse en speelkleding (foto ca 1900) slaapzaal - Martelaarslaan eetzaal - Martelaarslaan

    Doorheen de verschillende geschiedenissen van die verschillende weeshuizen loopt echter, van in de 17de eeuw tot nog in de 20ste eeuw, eenzelfde rode draad van harde realiteit en onbegrijpelijke wantoestanden – zoals de soms onmenselijke cachotstraffen – en de ‘opvoeding’ van ouderloze of verlaten kinderen door niet daarvoor opgeleid en dus meestal onbekwaam personeel. Pas in de tweede helft van de 20ste eeuw zouden de leefomstandigheden van de weeskinderen gevoelig verbeteren.

    Het laatste hoofdstuk werd gewijd aan de populaire fanfare van de kulders, opgericht in 1858 en van 1873 tot en met 1963 een begrip en een vaste waarde op de Gentse Feesten, waar zij traditioneel het slotconcert op de Korenmarkt speelden. In 1963 hield de fanfare op te bestaan.

    slotconcert van de fanfare van de kulders op de Gentse Feesten 1933

    Marcel De Bleecker (red.), Kuldersbloed en blauwemeisjestranen. Gentse weeshuizen 1615-1984. Gent, uitgave in eigen beheer, 2010, 228 p., geïllustreerd met 360 foto’s.
    Het kost € 24 – bij levering aan huis (in Gent): + € 2, bij levering per post: + € 5,70
    en is te verkrijgen bij Marcel De Bleecker, Maurice Verdoncklaan, 9050 Gentbrugge, 09/230.80.27

    (1) De vroegere naam van de Rodelijvekensstraat was het Fillidieusenhammeken, genoemd naar het godshuis uit de 14de eeuw voor “Les Filles de Dieu”, zijnde bekeerde prostituees.

    (herkomst foto’s: Marcel De Bleecker)

    © 2010 GENTBLOGT VZW

    13 reacties »

    1. Reactie van Rosaline

      Sorry om dit te moeten zeggen maar de illustraties in de nieuwe uitgave zijn pixelplaatjes waar details (zeg maar gezichten) er totaal niet uitzien. Echt wel een achteruitgang in vergelijking met de oorspronkelijke uitgave.

      Toen boeken nog echt gedrukt werden … ;-)

    2. Reactie van Jan Willaert

      Beste,

      Het nieuwe boek is een aanvulling op de vorige versie.
      Als voorzitter van de vereniging wil ik de makers danken voor hun prachtige bijdrage. De geschiedenis van de kulders is een stuks uitgebreider dan voorheen. Men kan over de geschiedenis van de kulders heelwat schrijven maar de essentie van het geheel is dat elkeen z’n weg maakte in de samenleving. Soms met heelwat tegenkantingen maar eens de doorbraak was het een feit.
      De opvoeding was soms heel militaristisch maar dat bracht de hardheid aan ons bestaan.

      De vereniging waar ik steeds een jubileum op na hield is steeds actief dankzij de goede samenwerking met de secretaris en mezelf hebben we de laatste 12 jaar de vereniging nieuw leven in geblazen. Ik ben fier dit samen met een ploeg te kunnen hebben verwezenlijken en wil me dan ook verder inzetten.
      Janw

      • Reactie van Louis Van den Bergh

        Dag jan , hoe gaat het met jou ? Misschien heriner je mij nog vaag, ik was een van de 4 gebroeders Van den Bergh, Louis, weet je nog het zwarte schaap. ergens hoop ik dat de opvoeders zwaar gestrft worden maar ja daar is het nu veel te laat voor . Maar eerlijk is eerlijk jij was een beter mens en je hebt je ingezet om voor sommige van die wezen een menselijk bestaan te geven . Doch moet ik kwijt dat Mia de worm en Dikke Pere echte criminelen waren die niet bekwaam waren om ook maar een klein teken te geven van liefde voor deze ongelukkige kinderen in Prins philip. Gelikkig heb ik het kunnen waarmaken maar n 55 jaar doet het nog steeds pijn om terug te denken aan mijn moeilijke tijd in de Gentse wezenschool ! Als ik mijn dochter zie rondhuppelen en haar armpjes naar mij toereikt om haar vast te nemen denk ik soms God , waarom heb ik dit nooit mogen meemaken als kind ?

    3. Reactie van Jean Caufrier

      Waar kan ik de volledige tekst vinden van het lied kuldersbloed.

      grt jean

    4. Reactie van charles strijd

      Jean,

      In het nieuwe boek staat op blz. 209 “‘t Muziek van de kulders”, en op blz. 36 het Lied der Weesmeisjes.

      Het boek is ook verkrijgbaar in het Archief van het OCMW te Gent. Op dit ogenblik is er de tentoonstelling “publiek geheim” over de Kulders, in de periode 1945 tot 1984.

    5. Reactie van Vande Velde Daniel

      Waarom verzwijgen vele kulders het ware verhaal , wat er allemaal gebeurt is tussen de muren van de kuldersschool in de martelaarslaan , waar alles nog gebeurde afgescheiden van de buitenwereld , “geen pottekijkers ”
      als het Prins-filip was , was het al meer open maar dan ook nog in het beginne waren er afschuwelijke lijfstraffen tot bloedens toe , kan er hele verhalen over schrijven , ben ik ook nog eens van zin onder de titel ” zwarte , zware lijfstraven tussen muren die het buitenlicht niet mocht zien of verzwegen moest worden . Wees open jongens ook meisje van de rodelivekesstraat , wand achter in de tichelrie 10 toen konden wij kijken als de meiskes speeleden en ook gestraft wereden ons vader die ook kulder is geweest van 1914 tot 1935 heeft gezten in de martelaarslaan woonde daar , maarja vele dingen willen verdrijven of vergeten , maar de laatste tijd komt vele terug naar boven , spijtig genoeg ook lichamelijk misbruik gebeurde niet alleen met priester , maar zal laters er nog meer over vertellen . Ja inderdaad deed “pere” in prins-filip meer positieve dingen gelijdelijk aan ????N?N??????

    6. Reactie van de brabander lut

      weet iemand iets van Nicole Van De Veire?????? waar zit ze nu???? je vind mij op facebook-lut de brabander-
      laat jullie horen!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

    7. Reactie van Notschaele Daniel

      ben op zoek naar mijn neef Notschaele maurits broer van Notschaele Cesar zaten in de martelaarslaan jaren 50 60

    8. Reactie van Dossche Jimmy

      Wie heeft er bij mijn moeder in het wezenheid gezeten.mijn ma noemt Johanna scholtens

    9. Reactie van Dossche Jimmy

      Mijn ma zat in het wezenheid van 1945 tot 1947 . Ze zat voornamelijk ook in de pinte , en had ook nog een paar broers en zussen nl. René van den Berghe , Willem van den Berghe,Maria van de Berghe,Gerda van den Berghe, graag een reactie aub, is er nog een boek van het wezenheid, in Gent of van in dé pinte.vergroten zoon Johanna .

    10. Reactie van Marijke van Hooff

      De Rodelijvekensstraat bestond dus al voor de
      weesmeisjes met hun rode lijvekens er kwamen wonen?
      Hoe kwam die straat dan aan die naam?
      Eerst was het Filidieusenhammeken, maar wanneer precies werd het Rodelijvekensstraat? Kan iemand mij helpen?
      Dank,
      Marijke van Hooff

    11. Reactie van Christian Lentz

      Ik ben geboren in 1948 te Gent. Mijn ma, Yolande Van Renterghem (nog in lrven en 87 jaar), verbleef voor en tijdens oorlog in de Rodelijvekensstraat. Ze had daar een vriendin op school, een burgermeisje, die haar brieven schreef tijdens de eerste jaren van de oorlog. Deze brieven hebben haar nooit bereikt zodat haar vriendin zich afvroeg waarom mijn ma haar nooit terugschreef.
      Mijn vader was eveneens kulder op de Martelaarslaan.
      Ikzelf heb de lagere school gevolgd op de Offerlaan, waar kulders en “burgers”, wij dus, samen de lessen volgden.
      de kulders kwamen iedere morgen uit het gesticht, grijs kostuum en zware botinnen aan, in het schooltje. Directeur was toen dhr. Storme, zelf jarenlang met zijn broers verbleven in de Martelaarslaan als weesjongens.
      Ik weet niet meer of er, gelijk in andere stadscholen, klasfoto’s gemaakt werden.

      • Reactie van sonia bohyn

        dag christian , mijn mama en haar 2 zussen zaten ook in de rode lijvekensstraat , als ik me niet vergis tot 1941 . de naam van uw mama klinkt me bekent , kan het zijn dat ze heel lang bevriend is geweest met mijn tante grietje ? tante woonde in de gouden sterstraat , in de bank . als het zo is , doe je haar dan de groetjes , zeg maar van sonia , de dochter van simonne .