HaHa van Hendrik: 24 oktober 2011
Hendrik Braet trekt de stad in en legt vast wat hem opvalt.
Actie Wit-Gele Kruis, Markt Ledeberg
Hendrik Braet trekt de stad in en legt vast wat hem opvalt.
Actie Wit-Gele Kruis, Markt Ledeberg
De afsluiter van de Focus Filmfestivaldag was een ferme brok. Geen tijd dus voor iets luchtigers. Ondanks de titel van de film: We Need to Talk about Kevin is dit een vrij zwaar psychologisch drama van de relatief onbekende Lynne Ramsay en met de topactrice Tilda Swinton, die in haar carrière een tweede jeugd beleeft.
Lynne Ramsay verfilmde de roman van de Amerikaanse schrijfster Lionel Shriver op een uitstekende en intrigerende wijze.
De achtergrond van de film is een vreselijke misdaad die Kevin, de zoon van Eva, heeft begaan.
De feiten zijn al een tijdje geleden gebeurd maar Eva moet nog dagelijks met de gevolgen leven en wordt constant geconfronteerd met het feit dat zij de moeder is van een misdadiger. Vreselijk actueel. De film oordeelt noch veroordeelt en ook de kijkers krijgen daar de kans niet toe. We volgen het leven van Eva die zich voorttrekt en zich bezint over haar rol als moeder. Aan de hand van flashbacks wordt haar leven met Kevin gereconstrueerd en krijgen we te zien hoe Kevin was als kind. Ligt daar de oorzaak? Waar ging het fout, daar geeft de film geen vragen op. Eva als moeder en haar gevoelens staan centraal. Ze is moeder. Van een zoon. Van een monster. Als moeder heeft ze haar zoon lief. Of niet? Als moeder haat ze de misdadiger, maar toch is het haar zoon. Lees verder…
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
Op dinsdag 18 oktober ging ik naar de première van The Future, in aanwezigheid van Miranda July.
Ik vind Miranda July een interessante figuur en wou daardoor een reportage maken tijdens filmfestival.
Haar film The Future gaat over een koppel dat over een maand een kat, Paw Paw, zal adopteren. Zoals een pasgeboren baby zal Paw Paw zorg nodig hebben.
Dus willen ze nog even profiteren van het leven en proberen hun dromen te realiseren tot ze stuurloos geraken.
Eerst heb ik het publiek geïnterviewd en ik vroeg hen wat ze van de film verwachtten. De meesten hadden geen bepaalde verwachtingen. Ikzelf heb ook niet echt een verwachting maar het kan best wel grappig zijn. Tijdens het interview heb ik een rare persoon ontmoet. Hij vertelde me dat hij veertig tekeningen had gemaakt voor Miranda July. Lees verder…
Sinds 22 oktober 2011 loopt de nieuwe tentoonstelling rond Maeterlinck en Minne in het MSK-Gent. Ik steek het niet onder stoelen of banken: uw reporter van dienst is geen lezer van boeken zonder prentjes. Maeterlinck is dus wel bekend, maar enkel bij naam. Ik zou niet durven stellen dat ik ooit één letter van de man heb gelezen. Maar de man heeft bij leven – in die tijd moest men nog leven – wel de Nobelprijs literatuur gekregen. Dat wil toch al wel wat zeggen.
We zitten in het MSK, en staat dat dan niet gelijk aan “beeldende kunsten”? Jawel, toch wel, maar voor Maeterlinck wordt dat plots allemaal niet meer zo duidelijk.
Conservator van het MSK Robert Hoozee heeft het over een interactieve Maeterlinck die al van jongs af aan op het Sint-Barbaracollege aanzien geniet om zijn ideeën en vele mensen in zijn omgeving beïnvloedt. Maeterlinck bouwt een behoorlijke reputatie op met zijn schrijfsels in het Frans (waarvoor hij bewust kiest omwille van zijn internationale ambities). In de expo zie je duidelijk hoe Maeterlinck vele beeldende kunstenaars beïnvloedt of ermee samenwerkt. Lees verder…
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
Het is maandag 17 oktober, 15 uur, en ik ga in zaal 4 van Kinepolis een voorstelling voor blinden en slechtzienden bekijken. Het is de film Zot van A, een succesvolle komedie van Jan Verheyen. Eerst is er een voorwoord van Roel Van Bambost en Mieke Rutte, die zelf blind is. De vzw Vrienden der Blinden is massaal aanwezig, de zaal is goed gevuld. Er zijn ook honden in de zaal die hun baasjes begeleiden.
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
Leaving Baghdad van de Irakees Koutaiba Al Janabi is een film waar er gebruik is gemaakt van authentiek beeldmateriaal dat toont hoe gewelddadig het Saddamregime was. Het verhaal toont ons Sadik. We volgen hem op zijn vlucht uit Irak, van land tot land.
Sadik is de persoonlijke cameraman van Saddam tijdens diens bewind. Nu dit regime is gevallen, probeert hij het land te ontvluchten. Sadik wordt immers achtervolgd door de Iraakse geheime politie. Door de brieven die hij stuurt naar zijn zoon Semir, komt er meer waarheid aan het licht.
Het filmfestival vertoont deze film driemaal in de Domzaal in Vooruit. Dus de prent is een alternatieve film die blijkbaar toch nog veel geïnteresseerden lokt. De zaal is zo goed als vol, maar de Q&A (het vragenuurtje) achteraf verloopt niet vlot. Iedereen houdt zich gedeisd, maar na verloop van tijd komen de vragen toch.
De film is een trage vertoning die het wachten van het hoofdpersonage benadrukt. De cinematografie is sterk, maar het is niet met de beste camera’s en lenzen gefilmd. Het is dan ook een lowbudgetfilm. Er zijn behoorlijk wat choquerende shots in het ‘echte’ beeldmateriaal, en dit maakt de film sterk. Lees verder…
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
Vorige zondag werden voor het eerst 4 documentaires uit het KASK vertoond naar aanleiding van het Internationaal Filmfestival van Gent. Vermits ze te lang waren om mee te doen in de kortfilmcompetitie, werden de documentaires gebundeld om zo een avond vol boeiend beeldmateriaal te vullen. Eén filmmaker sprong erbovenuit: Sjoerd Tanghe. Ik kreeg de kans hem te ontmoeten en te interviewen.
Sjoerd is sinds vorig jaar afgestudeerd aan het KASK en zowel zijn bachelorproef Me Will Always Be Me als zijn masterproef Het Bijzonder Feest werden tijdens de Kask Docs vertoond. Me Will Always Be Me is een portret van Sjoerds vader, Dirk Tanghe (theatermaker) tijdens enkele weken ontwenningskliniek. Voor Sjoerd lag deze documentaire hem zeer na aan het hart. Hij begon eraan met enkele twijfels, maar zodra hij op weg was, maakte hij een schitterend portret dat ondertussen al op Spaanse en Nederlandse festivals werd vertoond. Lees verder…
Dinsdagavond stond Vitas Guerulaitis op het podium van muziekcentrum Kinky Star. De Brusselse band wel te verstaan. Niet de hoogblonde tennisgod van weleer.
Wie zijn kinderjaren sleet in de seventies kan zich nog vaagweg iets voorstellen bij de naam Guerulaitis. De New Yorker stond voor flitsend tennis en was ‘n tijdje absolute wereldtop. Naast de court vooral bekend als een vermakelijk fuifbeest. Hij kwam in 1994 nogal knullig door CO vergiftiging aan zijn eind. Maar we dwalen af.
Terug naar de Vlasmarkt. Op de planken geen New Yorkers maar wel drie Franse Brusselaars; Ismael Colombani op gitaar, Célia Jankowski op keyboards en David Costenaro op drums. Het trio debuteerde eerder dit jaar met een titelloze full cd. Uitgebracht op het ons volslagen onbekende ‘Cheap Satanism Records’. Niet meteen een licht verteerbaar schijfje doordrongen van catchy melodietjes uit la douce France. “Dadaist, psychedelic, kraut punk rock which turns your skull upside down” zo lazen we in de bio.
Bij ons op kot kwam de kuisvrouw de dag voor de vuilbakken. Goed gezien van die kotbaas, want studenten en vuilbakken buiten zetten, het blijft een lastige zaak. Alleen had die kotbaas niet echt rekening gehouden met studenten die uitgaan en andere dingen met die vuilzakken doen.
Met Zet ze buiten! probeert Ivago de studenten op een leuke manier duidelijk te maken dat je je afval ‘s morgens moet buitenzetten. Hierbij hoort een bijzonder catchy videoclip die al goed verspreid geraakt via de sociale media (en niet enkel studenten doet lachen).
Na een flinke fuifnacht vindt een brave student niet alleen zijn kot bedolven onder een hoop afval, maar bleef ook een blonde schoonheid achter. Zijn maten DJ PMD (spreek uit pie-em-die) en MC Rasta Fal geven hem goede raad. ‘Zet ze buiten !’. Wie buiten? Wat buiten? Wanneer buiten? Dat kom je te weten op www.ivago.be.
De trailer voor deze videoclip is te zien in de Gentse Kinepolis van 19 tot en met 25 oktober 2011 (niet in de zalen van het Filmfestival) en van 2 tot en met 8 november 2011. De videoclip kwam tot stand onder leiding van het communicatie- en adviesbureau Modulo.
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
L’Hiver Dernier is de debuutfilm van de Belgische regisseur John Shank. Omdat het één van de drie Belgische films in competitie is, wil ik hem zeker zien. Hij wordt ‘s ochtends vertoond op een persvisie in Kinepolis.
De film gaat over een man die de kleine boerderij van zijn vader erft maar op het punt staat alles te verliezen. Het is zijn laatste winter op de boerderij.
Ik vind de film vooral beeldend zeer interessant. Hij brengt de thema’s verlies, afscheid en doorzettingsvermogen sterk in koele kleuren, weidse landschappen en uitgekiende kadreringen.
Dave Mestdach koos als derde film op de Focus Filmdag net na de lunch voor de Zuid-Afrikaanse prent Skoonheid.
Wij grapten dat er toch altijd een homofilm moet inzitten en tegelijk herinnerden we aan het risico dat de film na de lunch de uitgelezen kans is om een dutje te doen. Ik heb gelukkig na enkele minuten mijn ogen weer opengedaan omdat ik toch de film wou zien. Je ziet niet alle dagen een Zuid-Afrikaanse film.
Deze is er wel een om ver weg te steken helaas. Maar deze film was een van de toppers van Cannes en won er zelfs de Queer Palm 2011.
Regisseur Oliver Hermanus zet niettemin een confronterend en choquerend portret neer van een blanke Zuid-Afrikaanse houthandelaar Francois Van Heerden, die in de stoere conservatieve mannenwereld zijn homoseksualiteit moet verbergen voor vrienden en familie.
Wanneer zijn dochter haar vriend Christian meebrengt, ontwikkelt hij een perverse obsessie voor de jongeman. Lees verder…
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
Sam Amidon is een muzikant uit Vermont die op zijn performances ook gebruik maakt van beelden op een scherm.
Ik ben twee keer gaan kijken naar zijn performance in de Minard. Een aangename voorstelling, die zelfs bij een tweede visie zeker niet verveelt.
Het zingen en de muziek van zijn viool, gitaar en banjo zijn helemaal iets voor mij. Maar bovenal verleidt de projectie van filmpjes, tekeningen en tekstjes op het scherm. De beelden zijn een meerwaarde, vandaar dat Almost Cinema Sam Amidon terecht programmeerde. Hij begint met een filmpje, hij is aan het roeien en ondertussen vertelt hij een verhaal. Eerst heb je totaal niet door waar hij is, dan krijg je te zien hoe hij helemaal alleen op een groot meer in de mist zit. Hij komt op en begint direct te zingen. Zijn liedjes zijn gebaseerd op folk-liedjes.
Het is allemaal vlot en leuk gebracht met veel humor, ik heb er echt van genoten. Lees verder…
Dat het op 9 november honderd jaar geleden is dat onze stadsgenoot Maurice Maeterlinck, geboren in 1862 in de Peperstraat, als enige Belg ooit de Nobelprijs voor Literatuur ontving, moet ik uiteraard niet meer vertellen. Bovendien zal het op 29 augustus 2012 honderdvijftig jaar geleden zijn dat hij geboren werd. Een dubbele verjaardag dus, die uitgebreid gevierd wordt met tal van activiteiten.
Er is de fototentoonstelling van Nicolas Maeterlinck (jawel, een nazaat van de familie) in de stadsbibliotheek met foto’s van de verschillende verblijfplaatsen van Maurice Maeterlinck (daarvoor moet u zich wel reppen, want morgen is het reeds de laatste dag), er zijn de Maeterlinckconcerten in de Bijloke, er zijn Maeterlinckcursussen, er was de film Blue Bird op het Filmfestival, de komende Paarse Zetellezingen staan in het teken van Maeterlinck, er is de tentoonstelling over Maeterlinck en George Minne in het MSK, er zijn literaire wandelingen, er is de tentoonstelling over L’Oiseau Bleu in de Kunsthal Sint-Pietersabdij, er is de opvoering van de opera Pelléas et Mélisande in de Opera, er is nog zo veel meer. Het volledige programma vindt u op de website www.maeterlinck100.be.
Ik zag Caque voor het eerst optreden in het muzikantenhuis in de Dampoortstraat. Eigenlijk moest ik toch behoorlijk fronsen bij zo’n vuile artiestennaam. “Geen nood zeiden†de caquers, het is een verfranst woord! Maar laten we eerlijk zijn, verfranste woorden in deze woelige politieke tijden, het is op zijn minst speciaal te noemen. Ze zijn een improcollectief beweren ze. Hun logo is een mestkever en hun mailadres is ikmoetcaquen@gmail.com
Komende zaterdag 22 oktober organiseren ze een improvisatiefestival, ook een buurtfeest. Maar voor de buurt en ver daarbuiten. Met workshops voor wie zelf de basics van improvisatie en clownerie wil ontdekken. Met meespeeltoneel voor kinderen. En met improvisatietheater en comedy voor oud.
Dus wil je graag eens uit de band springen en iets speciaals doen komend weekend. Even zelf de bühne op en de kneepjes van de impro verkennen. Dan moet u beslist een kijkje komen nemen op de workshops. Ze zijn gratis!
Het avondprogramma is dat niet, daar kost het euro’s, maar niet om van achterover te vallen. Voor € 4 aan de deur kunt u genieten van de beste impro uit Vlaanderen. De lachspieren worden getraind en absurditeiten zijn nooit ver te zoeken.
Allen daarheen! Lees verder…
De tweede film van de Focus Festivaldag schiep toch wat verwachtingen. Het was namelijk de eerste western van de bekende indie-cineaste Kelly Reichardt (Old Joy, Wendy and Lucy) Haar films zijn minimalistisch en poëtische sfeerscheppingen, had ik vernomen, waarin de natuur een centrale rol speelt. Ik had helaas nog nooit iets van haar gezien.
Meek’s Cut Off is heel minimalistisch. Niet alleen qua stillevens, lange weidse shots en de uitermate beperkte dialogen, het geheel schept een neerslachtige noodlottige sfeer. Je waant je deels in een natuurdocumentaire en deels in een apocalyptisch straatje zonder eind.
Letterlijk.
De laatstejaars van de richting Audiovisuele vorming van het Stedelijk Kunstinstituut aan de Ottogracht vertoeven sinds vorige week woensdag grotendeels op het Filmfestival. Zij moeten/kunnen er interviews afnemen, persvisies bijwonen, video- en/of fotoreportages maken, performances en tentoonstellingen bekijken, e.d.m.
Wij laten u op Gentblogt graag meegenieten van hun inspanningen.
Woensdag 12 oktober. Ik ga rond het middaguur wat eten tegenover de Kinepolis. Het is mijn eerste dag op het Filmfestival in het videoteam van het Secondair Kunstinstituut en ik ben wat nerveus …
Nochtans heb ik me heel goed voorbereid met veel research over alle filmregisseurs en acteurs die ik interessant vind. Christophe Van Rompaey met zijn film Lena is daar één van.
Vanop het terras van het bootrestaurant zie ik na een kwartiertje een vent die echt lijkt op Christophe Van Rompaey! Dus haal ik mijn werkboekje uit en check zijn foto: hij is het. Ik ben verward maar besluit hem aan te spreken en vertel hem dat ik naar zijn première ga en dat ik graag een interview wil.
Hij wil wel, maar bepaalt niet zelf wie hem interviewt; dat doet de persattaché van het Filmfestival. Toch geeft hij mij zijn privénummer!
Maar het lukt via de persdienst.